Zomer, vakantie, tijd om nog eens een sterk inhoudelijk boek te lezen. Mijn keuze viel op De Tovenaar en de Profeet van de Amerikaanse wetenschapsjournalist Charles C. Mann. Het bleek een van die boeken die je nog lang blijft bezighouden na de laatste pagina, niet omdat het duidelijke antwoorden biedt, maar omdat het een breder kader biedt om over duurzaamheid te praten zonder in kampen te vervallen.
Is de mens gedoemd zichzelf uit te roeien?
Zet een bacterie in een petrischaal met voldoende voedingsbodem. Ze deelt zich, exponentieel, tot de schaal vol zit. Dan raken de nutriënten op, hopen de afvalstoffen zich op, en stort de populatie in. Elke bioloog kent die curve.
De vraag die Mann stelt is oncomfortabel: geldt dezelfde wetmatigheid voor ons? De biologe Lynn Margulis zei het bot: “Bacteriën en mensen lijken op elkaar: we zijn allebei losgeslagen dieren.” Van de eerste Homo sapiens tot vandaag volgt onze bevolkingsgroei inderdaad een klassieke S-curve. Trage start, explosieve stijging, en dan?
Kan de aarde tien miljard mensen een goed leven bieden? Dat is de vraag waar het hele boek om draait. De TED-talk van de auteur zelf uit 2018 is een echte aanrader: youtu.be/rmfzwwrCrrU.
Twee mannen, twee antwoorden
Mann bouwt zijn boek op rond twee reële historische figuren die nauwelijks verder van elkaar hadden kunnen staan.
William Vogt (1902 tot 1968) was ecoloog en ornitholoog. Zijn sleutelmoment kwam in Peru, waar hij de guanovogelkolonies studeerde. Hij zag hoe de populatie explodeerde in goede jaren en instortte wanneer de anchovis wegbleef. Draagkracht was voor hem geen abstractie maar iets wat hij met eigen ogen had zien werken. In 1948 publiceerde hij Road to Survival, een van de eerste radicale oproepen tot het beperken van consumptie en bevolkingsgroei. Zijn conclusie: de aarde heeft grenzen, en we moeten leren daarbinnen te leven.
Norman Borlaug (1914 tot 2009) was landbouwkundige en plantenveredeler. Zijn sleutelmoment kwam in Mexico, in de strijd tegen de roestschimmel die tarweoogsten vernietigde. Jarenlang kruiste en selecteerde hij handmatig duizenden tarwelijnen tot hij rassen had die resistent waren én veel hoger opbrachten. Als vader van de Groene Revolutie redde hij naar schatting meer dan een miljard mensen van hongersnood. Zijn conclusie: grenzen zijn er om doorbroken te worden, met wetenschap en innovatie.
Mann noemt hen de Profeet en de Tovenaar. Die spanning loopt door elke grote uitdaging die de mensheid vandaag staat te wachten.
Vier elementen, vier uitdagingen
Mann structureert zijn analyse rond vier fundamentele uitdagingen, gekaderd als de vier klassieke elementen van Plato.
Aarde: voedsel. Alles begint bij Carl Sprengel, die in 1828 ontdekte dat planten groeien door opname van nutriënten, en bij Justus von Liebig, die daaruit de logica van kunstmest afleidde. Het Haber-Boschproces (1913) maakte stikstof uit lucht industrieel beschikbaar. Zonder die kunstmatige stikstof kon de helft van de huidige wereldbevolking niet gevoed worden. Maar na de winst kwam ook het verlies: nitraatuitspoeling, dode zones in kustwateren, bodemdegradatie. Precies de kritiek van Vogt.
Water. Slechts 2,5% van al het water op aarde is zoetwater, waarvan twee derde vastzit in ijskappen en gletsjers. Van de rest zit veel in onbereikbaar grondwater. In de praktijk blijft er ongeveer 0,1% direct beschikbaar. Landbouw neemt 70% van dat gebruik voor zijn rekening. Israël is het schoolvoorbeeld van de Tovenaarsaanpak: een nationaal watertransportsysteem, ontziltingsinstallaties zoals Sorek, en druppelirrigatie maakten van een waterarm land een netto voedselexporteur.
Vuur: energie. Steenkool werd al rond 3400 v.C. gebruikt, maar pas de stoommachine van James Watt maakte er een industriële hefboom van. De industriële revolutie is niet alleen een emissieverhaal: extreme armoede daalde van meer dan 80% van de wereldbevolking in 1820 naar minder dan 10% vandaag. Diezelfde revolutie liet de CO₂-concentratie stijgen van 280 ppm naar meer dan 425 ppm.
Lucht: klimaat. Het broeikaseffect is geen betwiste wetenschap. Zonne-energie warmt bodem en water op, die stralen infrarood terug, en broeikasgassen houden een deel daarvan tegen. Waterdamp doet het grootste werk, maar laat gaten in het absorptiespectrum. CO₂ vult precies die gaten, en dat is waarom een paar honderd ppm verschil telt. De New York Times berichtte er al in 1959 over. Op 23 juni 1988 getuigde NASA-wetenschapper James Hansen voor de Amerikaanse Senaat dat de opwarming meetbaar was begonnen.
Waar Tovenaar en Profeet elkaar beginnen te ontmoeten
Op klimaatvlak wordt het contrast het scherpst. Eén voorbeeld, en zeker niet het enige, maakt duidelijk waarom geen van beide alleen volstaat.
De Tovenaar kijkt naar de Pinatubo. Toen die vulkaan in 1991 uitbarstte, spuwde hij 20 miljoen ton SO₂ in de stratosfeer, met twee jaar wereldwijde temperatuurdaling van 0,5°C als gevolg. Dat triggerde het onderzoek naar Stratospheric Aerosol Injection: zwaveldioxide is per molecule ongeveer 50.000 keer krachtiger als temperatuurverlager dan CO₂ als verwarmer, waardoor theoretisch 100 vluchten per dag volstaan tegenover de 100.000 die er nu al zijn.
De Profeet denkt aan herbebossing op continentale schaal: de Sahara en het Australische binnenland, samen groter dan Europa, bedekken met bos. Terug naar iets wat lijkt op het Carboon. Geen technologische pleister maar herstel van de koolstofkringloop zelf.
Alleen: woestijnen zijn droog. En dus komt de Tovenaar in beeld met ontzilting, watertransport en druppelirrigatie. Zonder die technologie blijft de visie van de Profeet een droom. Zonder de systeemblik van de Profeet komt niemand op het idee.
Terug naar de S-curve
Dat brengt ons bij de openingsvraag. Zijn wij een gewone biologische soort, of niet?
Scenario A: we volgen de logica van de petrischaal. Plateau rond 10 miljard, dan instorting. Vogt zou zeggen dat dit het basisscenario is, en dat alles wat we doen om de curve op te rekken de val alleen groter maakt.
Scenario B: we sturen onze eigen groei bewust bij en stabiliseren rond 10 miljard. Dat zou iets fundamenteel onnatuurlijks zijn. Geen enkele andere soort doet het.
Precies daar ontmoeten Tovenaar en Profeet elkaar. Scenario B vraagt technologisch vermogen én de bereidheid om binnen grenzen te blijven.
"De keuze maken tussen Tovenaar en Profeet is net niet de oplossing. De echte uitdaging is dat ze samen moeten werken."
Jef Aernouts




